Windmolens hebben effect op natuur. Vogels en vleermuizen kunnen slachtoffer worden of hun leefgebied kan worden verstoord. Er zijn wettelijke eisen, net als voor bijvoorbeeld de aanleg van een dijk of fabriek. Deze zijn vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Het uitgangspunt van de wet is dat de gunstige staat van instandhouding van een soort niet in gevaar mag komen. Dat betekent concreet dat een soort niet zodanig negatief beïnvloed mag worden dat de soort blijvend achteruit gaat. In de praktijk moet voor elk windproject een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van een onafhankelijk ecologisch onderzoek. Als blijkt dat het windproject teveel invloed heeft op bepaalde soorten vogels of vleermuizen, dan moeten maatregelen worden genomen die de effecten verminderen. Door middel van monitoring wordt gedurende een aantal jaren gekeken of de negatieve effecten niet groter zijn dan vooraf is ingeschat.

Het Rijk, Provincies, NWEA, TenneT en natuurorganisaties (Vogelbescherming Nederland, Zoogdiervereniging en de Natuur- en Milieufederaties) werken samen aan het traject ‘Natuurinclusieve Energietransitie voor wind en hoogspanning op land’. Het doel is om te komen tot afspraken waarmee zowel wordt gezorgd voor de doorgang van de ontwikkeling van windparken en hoogspanningsverbindingen op land, als voor een vermindering van de negatieve effecten ervan op de staat van instandhouding van kwetsbare vogels en vleermuizen. De afspraken zijn op hoofdlijnen uitgewerkt. De partijen werken de afspraken momenteel verder uit. Doel is om deze vast te leggen in een convenant dat rond de zomer van 2021 wordt opgesteld.

 

Bekijk de veelgestelde vragen